De kunst van ontvangen: uit, in, uit, in.
Ontvangen.
Ik heb het altijd lastig gevonden.
Een compliment?
Een cadeau?
Hulp van iemand?
Vroeger schoot er direct een radartje aan in mijn hoofd:
“Hoe kan ik dit teruggeven?”
Dat mechanisme ken ik nog steeds.
Alleen is het verschil dat ik er nu bewust mee oefen.
Elke dag opnieuw.
Want eerlijk: ontvangen blijft spannend.
In mijn werk zie ik hoe universeel dit is.
Mensen die zó goed zijn in geven. Attent, gul, warm.
Maar zodra er iets hun kant op komt — compliment, een gebaar, een beetje warmte —
trekken ze zich bijna onmerkbaar terug.
Soms stokt zelfs hun ademhaling.
Alsof hun lijf zegt: “Pas op.”
En dat herken ik.
Want ontvangen vraagt overgave.
En overgave hebben we vaak vroeg al afgeleerd.
Sommigen groeien op in huizen waar liefde voorwaardelijk was.
Alleen als je presteerde, je aanpaste of “lief” deed.
Dan leer je onbewust: liefde moet je verdienen.
Ontvangen voelt dan niet als liefde, maar als schuld.
Geen wonder dat we massaal in de Hubo-mentaliteit schieten:
“Voor de doe-het-zelver in ons allemaal.”
Zelf doen. Zelf dragen. Zelf oplossen.
Want hulp aannemen voelt ineens als zwakte.
En zo ontstaat er iets wat je noemt: de macht van de onschuld.
Door te geven houd je de regie. Jij bepaalt. Jij staat boven.
De ander krijgt ongemerkt de schuldpositie in de schoot geworpen.
En niemand wil in de schuld staan.
Zo droog je samen de relatie uit.
Soms zie ik dat mensen dit verhullen met koppigheid.
“Ik heb gewoon een sterke wil.”
Maar vaak is koppigheid niets anders dan gestolde liefde.
Liefde die ooit stroomde, maar onderweg bevroor door teleurstelling of angst.
Ontdooien begint bij weer durven ontvangen.
Want liefde kan niet stromen als je alleen maar geeft.
Net zoals je niet alleen maar kunt uitademen.
Je moet óók inademen.
En weet je?
Soms is het gewoon grappig om jezelf te betrappen.
Dat je zegt: “Nee hoor, hoeft niet, ik kan het zelf wel,”
terwijl je eigenlijk smacht naar een beetje steun.
Liefde stroomt pas als we allebei meedoen.
Geven én ontvangen.
Uit. In. Uit. In.
En ik?
Ik blijf elke dag oefenen met die inademing.